Label of talent?

Inmiddels ben ik gewend aan mijn labels, ik ben er zelfs een beetje trots op: dyslectisch, introvert en hoogbegaafd.
 
Als het woord 'dyslectie' al bestond in mijn jeugd kenden de onderwijzers op mijn lagere school het in 't ieder geval niet. In hun ogen kon ik gewoon niet leren en ik was ook nog eens een dromer. LBO luidde het schooladvies. Uiteindelijk kwam ik langs een lange omweg, via MAVO, Zeevaartschool en HTS langzamerhand achter mijn labels dyslectisch en introvert en pas op de universiteit - toen ik voor het vak testpsychologie zelf verschillende IQ tests onderging - ontdekte ik dat ook het predicaat hoogbegaafd op mij van toepassing was.
 
In de 18e eeuw dachten de Frenologen dat je aan de vorm van iemands schedel kon zien waar hij goed in was, door een schedel nauwkeurig te betasten zou je iemands persoonlijkheid kunnen achterhalen. In onze taal is deze overtuiging nog terug te vinden in termen als talenknobbel en rekenknobbel. Frenologie is achterhaald maar de talenknobbel en rekenknobbel zijn in onze taal gebleven, waarschijnlijk om duidelijk te maken dat we niet allemaal hetzelfde zijn. Sommige mensen zijn goed in talen, anderen juist in b.v. wiskunde. Dat is nu, eeuwen later, ook doorgedrongen tot de Haagse politiek. Staatssecretaris Dekker vroeg zich kortgeleden af waarom mensen die goed zijn in wiskunde maar niet in Nederlands deze vakken niet op verschillende niveau's zouden mogen doen. Wat een inzicht! Deze vraag was onderdeel van een aankondiging dat er meer ruimte komt op scholen om excellente leerlingen meer ontwikkelkansen te geven. Een fantastisch voornemen, maar... hoe zouden mijn meesters en juffen vroeger geweten kunnen hebben dat ik de potentie had een excellente leerling te zijn? Ik was een dromer en had echt geen idee waar die meester of juf voor dat schoolbord het over had.
 
De combinatie van mijn drie labels heeft mij in mijn werk altijd goed geholpen, als dyslect ben ik een echte beelddenker en in combinatie met mijn introversie - stille wateren hebben diepe gronden - en mijn intelligentie heb ik altijd snel inzicht ontwikkeld in de problemen waar ik mee geconfronteerd werd. Of het nu een stilstaande fabriek in Afrika was die ik weer aan de praat moest zien te krijgen of een vraagstuk over de werking van ons brein, in mijn hoofd ontwikkeld zich een 'model' dat me helpt te begrijpen zonder dat ik er direct woorden voor heb. Complexe theorieën heb ik hierdoor snel in mijn vingers maar ik kan ondertussen nog geen email foutloos schrijven.
 
Veel mensen hebben een bijzonder talent en het is een goed idee van de staatssecretaris om deze excellente leerlingen de kans te geven dit talent verder te ontwikkelen. De vraag is hoe onderwijzers dit talent gaan ontdekken, de talenknobbels van de frenologen bestaan immers niet in het echt. De extraverte getalenteerde kinderen maken misschien nog wel een goede kans om op te vallen, maar bij de introverte hoogbegaafden is die kans veel kleiner. Zeker als ze - net als ik - ook nog eens dyslectisch zijn. Toch is juist dit de groep waar we onze technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen aan te danken hebben. Dit zijn de nerds, de wetenschappers, de onderzoekers. Een ding is zeker, als je potentieel excellente leerlingen wilt vinden dan lukt dat niet met Cito-toetsen.
 
Talent maakt iemand bijzonder. Om talent te ontdekken moet je er dus vanuit gaan dat mensen bijzonder mogen zijn, dat ze niet in de standaard hoeven te passen. Dan helpen standaard toetsen niet, dan zijn juffen en meester nodig die hun vak echt meester zijn, die altijd op zoek zijn naar het bijzondere in ieder kind en dat talent naar boven kunnen halen. Niet gehinderd door een rigide regime van inspectie en Cito-toetsen maar waarbij op hun vakmanschap vertrouwd wordt. Gelukkig komen er steeds meer scholen die dit nastreven, nu staatssecretaris Dekker en de hele Haagse Cito-sekte nog.
 
En oh ja, als je wilt sparren over het ontwikkelen van talent binnen je bedrijf, neem dan gewoon even contact met me op!
 
Peter Fekkes, dyslect, introvert, hoogbegaafd.